‘Inspiratieloos is een synoniem voor lui.’

Bovenstaande quote heb ik in de afgelopen jaren flink wat keren naar mijn hoofd geslingerd gekregen. Ik zit op een VWO school, een school met allemaal slimme kindjes (en kindjes die een verkeerd advies hebben gekregen van hun groep 8-meester). Zoals op elke school mag je vanaf de vierde klas je eigen vakkenpakket samenstellen. Je kiest een basisprofiel en je keuzevakken. Mijn profiel is Natuur & Techniek (Natuurkunde, Scheikunde en Wiskunde B). Dit houd in dat ik veel met exacte wetenschappen bezig ben, veel mijn koppie erbij moet houden en vooral intensief aantekeningen moet overschrijven van een PowerPoint-presentatie zonder opmaak.

Gezien het feit dat ik aardig druk ben en nogal moeite heb om mijn concentratie langdurig te bewaren, leek het mij verstandig om een vak te kiezen waar ik vooral de andere hersenhelft moet gebruiken, het artistieke deel. Omdat ik zo muzikaal ben als een octopus, zo kunstzinnig ben als een aap en zo sportief ben als een luiaard, besloot ik drama te kiezen. Drama komt neer op toneelspelen, maar dan op wat hoger niveau (maar daar vertel ik graag later meer over).

Bij Drama ging het acteerwerk me altijd wel goed af. Ik kreeg complimenten, redelijk hoge cijfers en zelfs mensen met 1.000 jaar toneel ervaring vonden dat ik goed kan spelen. Maar ik ben er wel achter waar mijn minder sterke punten liggen; inspiratie.

Vanaf de vijfde klas ga je niet alleen maar spelen wat je voor je neus krijgt, maar je mag hele stukken zelf gaan schrijven. Succes. Les 1 kregen we allemaal een leeg blaadje. De opdracht was om in een half uurtje een mindmap (een “spinnenweb-diagram”) klaar te hebben, met daar in dingen die jou interesseerden. Na exact 30 minuten klonk het luidkeelse “OKEEEEE” Door het theater (ja, wij hebben een theater in school). Alle andere leerlingen hadden hun blaadje netjes vol met een mindmap, terwijl ik alleen nog maar een bolletje in het midden had, met de tekst: “Dingen die mij interesseren”.

– ‘Waarom is je blaadje leeg?’

Waarop ik met mijn brutale kop reageer met:
‘Net zo leeg als m’n hoofd.’

Dat was de eerste keer dat ik bovenstaande quote naar het hoofd geslingerd kreeg. De beste man leerde me een trucje: Als je een tekst gaat schrijven en je hebt al een onderwerp in je hoofd, dan ga je gewoon schrijven. Maak maar een rare mono- of dialoog over het onderwerp, je gaat gewoon schrijven. Schrijven, schrijven, schrijven. Schrijven tot je niet meer schrijven kan. Dan, dat moment, ga je je tekst lezen. Alles waarbij je denkt ‘Ja, dat is goed.’, dat laat je staan. de rest verwijder je. Kill your darlings. Wat je overhoudt is een tekst, die uit alleen maar goede delen bestaat. Nu moet het nog een verhaal worden.

‘Maar dan moet je eerst een onderwerp hebben, dus terug naar je mindmap!’

Uiteindelijk had ik ruim op tijd het script voor mijn voorstelling af en heb ik een mooi, kort stuk mogen regisseren over kuddegedrag en waarom mensen telkens hetzelfde doen. Ik moet eerlijk zijn, als ik dat zo lees zou ik er ook niet heel enthousiast over worden, maar ik was er aardig trots op. Resultaat: 7,2

Wat ik probeer te vertellen is dat inspiratie niet iets is waar je op moet gaan zitten wachten. Het zit in je, je hoeft het alleen nog maar te zoeken. Waar je moet zoeken, dat weet alleen jij. Inspiratieloos is een synoniem voor lui.

Tot de volgende keer.
Kusjes, Roy

Advertenties